
Strategiescholen: de 4 benaderingen van Whittington
Hoe ontstaat een succesvolle strategie? Door ijzersterke, rationele planning vooraf, of door een organisch proces van vallen, opstaan en meebewegen met de markt? Omdat geen enkele methode zaligmakend is, ontwikkelde Richard Whittington een matrix met vier kwadranten waarin de klassieke en moderne strategiescholen samenkomen. Elk kwadrant toont een eigen archetype van strategievorming.
De kern in het kort
- Whittington ordent strategiescholen langs twee vragen: welk doel dient de strategie (winstmaximalisatie of bredere belangen) en hoe komt ze tot stand (doelbewust gepland of spontaan)?
- Klassiek: winst via rationele planning; formulering en uitvoering zijn strikt gescheiden.
- Evolutionair: winst, maar plannen is zinloos; de markt selecteert en het management zoekt voortdurend naar fit.
- Proces: strategie ontstaat door leren en aanpassen binnen een coalitie van groepen met eigen doelen.
- Systemisch: strategie is te plannen, maar doelen en middelen zijn ingebed in sociale netwerken en de lokale cultuur.
Auteur:
· Laatst bijgewerkt:
Wat zijn strategiescholen?
Strategiescholen zijn samenhangende benaderingen van hoe strategie tot stand komt en waartoe ze dient. Whittington groepeert ze in vier: de klassieke, de evolutionaire, de proces- en de systemische benadering.
Strategie doet ertoe: het is het kompas waarmee organisaties navigeren door een steeds complexere wereld. Richard Whittington, hoogleraar strategisch management aan de Saïd Business School van de University of Oxford, vult de kwadranten van zijn matrix in met twee simpele maar fundamentele vragen. Op de verticale as: welk doel? De uitersten zijn het monistische perspectief (winstmaximalisatie) en het pluralistische perspectief, dat sociale en economische doelen combineert. Op de horizontale as: hoe? De uitersten zijn doelbewust (deliberate) en spontaan (emergent).
De vier strategiescholen in één matrix
Het doel op de ene as, het proces op de andere.

Doel
Proces
Klassiek
Winstmaximalisatie
Doelbewust, gepland
Evolutionair
Winstmaximalisatie
Spontaan
Proces
Pluralistisch
Spontaan
Systemisch
Pluralistisch
Doelbewust, gepland
1. De klassieke benadering
Het uitgangspunt is meer voordeel behalen dan de concurrentie; het ultieme doel van een bedrijf is winstgevend zijn. De manier om dat te bereiken is rationele planning, dus strategievorming is hetzelfde als strategische planning. Wat nodig is om de strategische doelen te bereiken is logisch uit de doelen af te leiden, die expliciet zijn geformuleerd en vaststaan voordat het plannen begint. Plannen is een gecontroleerd denkproces: rationeel, afstandelijk en sequentieel. Ansoff was de grondlegger van deze manier van strategie maken; ook Sloan, Chandler en Porter zijn als klassieke strategen te beschouwen. Zij mikken op het veiligstellen van de toekomst van de organisatie door bovengemiddelde winstgevendheid.
- Outside-in. De buitenwereld wordt als meest bepalend gezien. De mens wordt beschouwd als homo economicus.
- Op afstand. Een strategie ontwikkel je het best via rationele analyse op een plek waar het rumoer van de dagelijkse praktijk niet doordringt.
- Formulering gescheiden van uitvoering. Formuleren is uitsluitend de taak van het topmanagement; de uitvoering wordt gedelegeerd naar lagere niveaus, in de veronderstelling dat die daarna zonder veel problemen verloopt.
2. De evolutionaire benadering
Ook de evolutionaire benadering gaat uit van het economische monoperspectief, maar hier ontstaat de strategie spontaan: een strategie kun je niet vooruit plannen. De basis is gelegd door Hannan en Freeman (1989), die te rade gingen bij de biologie: waarom overleven bepaalde dieren veranderingen in hun omgeving en andere niet? De omgeving van de organisatie is zowel hard als onvoorspelbaar, en de concurrentie is agressief en dynamisch. Plannen is zinloos.
Voor het management blijft maar één mogelijkheid over: voortdurend inspelen op de omgeving en de concurrentie. De markt is ‘perfect’ en bepaalt of het strategische antwoord succesvol is. Strategie is de zoektocht van de manager naar een fit van de organisatie met de continu veranderende omgeving. Na elke stap bekijk je welke volgende stap de meeste kansen biedt: differentiëren en experimenteren. Pas als je terugkijkt, herken je een patroon in de acties.
3. De procesbenadering
Ook de procesbenadering gaat uit van spontane strategievorming en een markt die selecteert. Het verschil is dat die selectie niet meedogenloos is maar ‘mild’ (Vrakking, 2001): de markt is niet perfect, dus een economisch maximaal resultaat is niet haalbaar. Een optimaal resultaat is wel mogelijk als je inspeelt op marktimperfecties en de implementatie slaagt, wat veel aandacht voor de implementatie vraagt en een organisatie die flexibel genoeg is om zich aan te passen.
Cyert en March (1963), die de basis voor deze benadering legden, zien de mens als gemakzuchtig en bevooroordeeld, en dus maar beperkt rationeel. Er worden politieke spelletjes gespeeld. De onderneming wordt gezien als een coalitie van groepen participanten die elk hun eigen doelstellingen nastreven; van zo’n coalitie is niet te verwachten dat ze winstmaximalisatie als enig doel nastreeft, noch dat ze zich achter één logisch langetermijnplan schaart. Het management moet strategievorming daarom zien als een proces van leren en aanpassen vanuit een strategische visie. De benadering vergroot de kans op behoudende strategieën, omdat niet alle participanten de behoefte aan verandering in dezelfde mate onderkennen.
4. De systemische benadering
Deze benadering wordt ook de institutionele benadering genoemd. De basis is gelegd door Mark Granovetter (1985) in een artikel waarin hij het concept ‘embeddedness’ uiteenzet: economische relaties tussen individuen of bedrijven zijn altijd ingebed in actuele sociale netwerken. Granovetter relativeert daarmee de uitsluitend economische benadering. Organisaties hebben allemaal te maken met specifieke markten, politieke verhoudingen en culturele systemen, en de strategie wordt gevormd door het karakter van al die factoren.
Binnen het sociale systeem van de organisatie wordt het doel bepaald, de strategie ontwikkeld en krijgen andere zaken dan winst prioriteit. Doelen en middelen zijn altijd verbonden met de lokale cultuur. De mens is, anders dan de procesbenadering veronderstelt, in staat rationele plannen te maken, maar de maatschappelijke omgeving bepaalt welke hogere belangen een strategie moet dienen. Dat verklaart ook de grote verschillen tussen landen: de strategie van vergelijkbare bedrijven ziet er in Japan anders uit dan in de Verenigde Staten of in Nederland.
Conclusie: kies de benadering die bij je omstandigheden past
Whittington geeft met zijn matrix inzicht in vier benaderingen van strategievorming en laat zien wat een strategie is en waarom ze ertoe doet. Managers kunnen kiezen welke benadering het best past bij hun specifieke omstandigheden en de dynamiek van hun organisatie.
Hoe Diamond Decisions de strategiescholen gebruikt
Diamond Decisions combineert plannen met leren. Inspiratiesessies maken de omgeving en haar dynamiek zichtbaar, business modeling legt de doelbewuste keuzes vast, data-analyse laat zien wat er in de praktijk werkelijk ontstaat, en de beslissers sturen de strategie bij op basis van wat ze leren.
Verder lezen
Bronnen
- Whittington, R. (2001). What is Strategy – and does it matter?
- Hannan, M.T. en Freeman, J. (1989). Organizational Ecology.
- Cyert, R.M. en March, J.G. (1963). A Behavioral Theory of the Firm.
- Granovetter, M. (1985). Economic action and social structure: the problem of embeddedness. American Journal of Sociology.
Over de auteur
Over Diamond Decisions
Diamond Decisions helpt organisaties beter te worden door betere beslissingen mogelijk te maken. We starten niet bij data, dashboards of AI, maar bij de beslissing die beter moet, en bouwen van daaruit terug naar KPI’s, data en technologie. Dat doen we in vier stappen: inspiratie en alignment, business modeling, analytics en dataplatform en datagedreven beslissers. Zo zorgen we dat BI en AI geen IT-project blijven, maar elke dag waarde opleveren.
Veelgestelde vragen
01
Welke strategiescholen onderscheidt Whittington?
Vier: de klassieke, de evolutionaire, de proces- en de systemische benadering.
02
Wat zijn de twee assen van de matrix van Whittington?
Het doel van de strategie, van winstmaximalisatie tot pluralistische doelen, en het proces waarlangs ze tot stand komt, van doelbewust tot spontaan.
03
Wat is het verschil tussen de klassieke en de evolutionaire benadering?
Beide mikken op winst. De klassieke benadering gelooft in rationele planning vooraf; de evolutionaire benadering vindt plannen zinloos en laat de markt selecteren wat werkt.
04
Wat is het verschil tussen de proces- en de systemische benadering?
Beide erkennen meer doelen dan winst. De procesbenadering ziet strategie als leren en aanpassen door mensen met beperkte rationaliteit; de systemische benadering stelt dat rationeel plannen kan, maar dat de sociale en culturele context doelen en middelen bepaalt.
05
Welke strategieschool past bij het mkb?
Vaak een mix: een kort, doelbewust plan met een paar heldere keuzes, gecombineerd met snel leren van klanten en cijfers. In een familiebedrijf geldt ook de systemische blik: continuïteit en waarden wegen mee naast winst.
Welke benadering past bij uw organisatie?
Bespreek met Diamond Decisions hoe u uw strategie vormgeeft en bijstuurt. Neem contact op.


